Verslag voordracht Prof Jon Schilder: beperking tot 30 dagen vakantieverhuur voldoet niet aan fundamentele rechtsbeginselen.

Op donderdag 6 december hield professor A.E. (Jon) Schilder, hoogleraar bestuursrecht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam een uitgebreide voordracht over de juridische onmogelijkheden van het voorgenomen besluit van de gemeente Amsterdam om het aantal dagen vakantieverhuur per januari 2019 terug te brengen van 60 naar 30 dagen.

Zijn bewaren richten zich op twee fundamentele rechtsbeginselen:

1.       Het legaliteitsbeginsel, dat stelt dat de overheid alleen mag ingrijpen in positie van burgers als daarvoor een toereikende wettelijke grondslag is.

2.       Het optreden van de overheid wordt daarnaast beperkt door fundamentele rechten, te vinden in Grondwet en mensenrechtenverdragen

Genoemde beperking tot 30 dagen voldoet aan geen van beide beginselen. 

De Huisvestingswet van 2014 stelt expliciet dat deze is bedoeld om de toelating tot de woningmarkt te regelen en wijzigingen in de woonruimte-voorraad te reguleren. Daar heeft beperking tot 30 dagen vakantieverhuur geen enkele relatie mee. Het is zelfs nadrukkelijk verboden om de wet te gebruiken voor andere doelen, zoals leefbaarheid, drukte en overlast. Dat geldt dus ook voor de Huisvestingsverordening die is gebaseerd op de Huisvestingswet. Artikel 2. Lid 1 van die wet zegt zelfs expliciet: De gemeenteraad maakt van zijn bevoegdheden op grond van deze wet slechts gebruik indien dat noodzakelijk en geschikt is voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte. Leefbaarheid  en overlast vallen daar dus niet onder. De Eerste Kamer heeft dat bij de behandeling van deze wet nog eens herhaald: Het is niet toegestaan op grond van dit wetsvoorstel om een huisvestingsverordening op te stellen met het doel om de leefbaarheid te bevorderen. Evenmin is het toegestaan om in het kader van woonruimteverdeling eisen te stellen aan woningzoekenden met het oog op de bevordering van de leefbaarheid.’ Voor bevordering van de leefbaarheid heeft de gemeente ook voldoende andere instrumenten zoals de Omgevingswet, de Algemene Plaatselijke  Verordening, en last but not least de kersverse Wet Aanpak Woonoverlast van juli 2018 die de burgemeester vergaande bevoegdheden geeft om op individueel niveau gedragsvoorschriften uit te vaardigen, zoals minder lawaai op het balkon, de vuilnis buiten zetten e.d. 

Ook de Grondwet en het Europees Verdrag voor Rechten van de Mens stellen stevige eisen aan de mogelijkheden van de overheid om de (grond)rechten van mensen te beperken. Die beperking moet een evident publiek belang dienen, effectief zijn om het te bereiken en proportioneel ten aanzien van het gestelde doel. Daar lijkt weinig sprake van.  

Dat de gemeente zich nu baseert op één uitspraak van de Raad van State die stelt dat één nacht verhuur al woning onttrekking zou zijn, is erg kort door de bocht omdat het daar gaat om een geheel afwezige eigenaar. Dat is vermoedelijk niet houdbaar, in elk geval niet juist. Het lijkt erop dat de gemeenteraad heeft besloten er toch maar voor te gaan en dan maar te zien waar het schip strandt. Dat is niet zoals het openbaar bestuur behoort te functioneren. Dat heeft mede tot taak om de rechtstatelijke beginselen te bewaken en doet nu het tegendeel. 

Er was ruim gelegenheid tot het stellen van vragen. De belangrijkste uitspraak die de professor daarbij deed is dat de rijksoverheid er ook op moet toezien dat de op rijksniveau aangenomen wetten niet worden misbruikt (Détournement de Pouvoir) en er dus gevraagd kan worden de verordening van Amsterdam op die grond nietig te verklaren.

U kunt hier de powerpoint presentatie bekijken.