Verslag voordracht Prof Jon Schilder: beperking tot 30 dagen vakantieverhuur voldoet niet aan fundamentele rechtsbeginselen.

Op donderdag 6 december hield professor A.E. (Jon) Schilder, hoogleraar bestuursrecht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam een uitgebreide voordracht over de juridische onmogelijkheden van het voorgenomen besluit van de gemeente Amsterdam om het aantal dagen vakantieverhuur per januari 2019 terug te brengen van 60 naar 30 dagen.

Zijn bewaren richten zich op twee fundamentele rechtsbeginselen:

1.       Het legaliteitsbeginsel, dat stelt dat de overheid alleen mag ingrijpen in positie van burgers als daarvoor een toereikende wettelijke grondslag is.

2.       Het optreden van de overheid wordt daarnaast beperkt door fundamentele rechten, te vinden in Grondwet en mensenrechtenverdragen

De grenzen van de macht van de overheid
De overheid is er om het land te besturen. In een dictatuur kan de uitvoerende macht (Stalin) doen wat hij wil, omdat alle tegenstand kan worden opgesloten gemarteld of gevangen gezet. In een democratische rechtstaat wordt de uitvoerende macht ingebed in wetten die door een parlement moeten worden aangenomen en door rechters worden beschermd.  

De belangrijkste beperkingen aan de macht van de overheid zijn het legaliteitsbeginsel en een hele rits aan grondrechten. Het legaliteitsbeginsel houdt in dat alleen ingegrepen mag worden in de levenssfeer van burgers als dat gebeurt op grond van goedgekeurde wetgeving. De grondrechten houden in dat de overheid niet zonder hele goede redenen mag ingrijpen in onze vrijheden en ons eigendomsrecht.

Uitdagingen Amsterdam
De gemeente Amsterdam staat voor grote uitdagingen waaronder de belangrijkste in dit verband het gebrek aan betaalbare huisvesting en de leefbaarheid van de stad.

IN 1947 werd de eerste woningwet aangenomen, in 2014 vervangen door de huisvestingswet, maar beiden dienen dezelfde doelen:

De wet geeft gemeenten het recht regels te stellen met betrekking tot

  • Toelating tot de woningmarkt

  • Wijziging in de woningvoorraad

Dit alles onder voorwaarde van schaarste.

De wettelijke grondslagen onder de 30 dagen regel
De gemeente heeft nu net de 30 dagen beperking opgenomen in de huisvestingsverordening. Met als doel de leefbaarheid te bevorderen. De vraag is of zich dat wel verhoudt tot de doelstellingen van de huisvestingswet van 2014. Daar zegt artikel 2 lid 1

De gemeenteraad maakt van zijn bevoegdheden op grond van deze wet slechts gebruik indien dat noodzakelijk en geschikt is voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte.

 In eerdere versies van de wet is ook ‘leefbaarheid’ opgenomen geweest, maar die is er nadrukkelijk uitgeschrapt. Dat is bij behandeling in de eerste kamer nog een bevestigd.

Het is niet toegestaan om op grond van dit wetsvoorstel een huisvestingsverordening op te stellen met als doel om de leefbaarheid te bevorderen. (2013/2014)

De 30 dagen heeft alleen betrekking op leefbaarheid en hoort dus niet thuis in de huisvestingsverordening.

Tovertruc: vakantieverhuur = woningonttrekking
Nu heeft de gemeente daar een omweg (tovertruc) voor bedacht door te stellen dat je door vakantieverhuur je woning onttrekt aan de woningvoorraad. Aanvankelijk zei men dat meer dan 60 dagen woningonttrekking opleverde, maar nu dus al na 30 dagen. Door het woningonttrekking te noemen wordt vakantieverhuur opeens wel binnen het werkingsgebied van de huisvestingsverordening gebracht (wijziging van de woningvoorraad) en dat mag alleen met vergunning. Wie die vergunning niet heeft kan worden beboet. 

Tijden lang was de gemeente niet heel erg zeker van de juridische grondslag onder deze gekozen omweg totdat de Raad van State eind 2018 opeens besloot dat zelfs 1 dag vakantieverhuur al als onttrekking kan worden aangemerkt. De grondslag van deze uitspraken ligt vermoedelijk in de casuïstiek: het ging om een pand dat geheel verbouwd werd voor toeristische verhuur waar de eigenaar er niet meer zelf woonde. Dat is niet te vergelijken met iemand die een weekeindje naar zijn ouders in Groningen gaat (laatste bekende geval van een boete).

Leefbaarheid alleen een rol in specifieke gevallen
Het is niet zo dat leefbaarheid nooit een rol mag spelen bij toeristische verhuur, maar dan alleen in heel specifieke gevallen waarbij in een bepaald pand een onaanvaardbare inbreuk op de leefbaarheid van de trap en de buurt wordt gemaakt.

Daar komt bij dat de gemeente ook andere middelen heeft om overlast tegen te gaan. Zoals de omgevingsvergunning op basis van het bestemmingsplan, APV bepalingen en sinds kort de Wet aanpak woonoverlast. Vooral die laatste wet heeft het aanpakken van overlast zeer vereenvoudigd. Elke burger kan een briefje aan de burgemeester schrijven met een klacht over overlast van zijn buren: te veel lawaai, een hond, ’s avonds laat bezoek, geen vloerbedekking…. Het mag van alle zijn en de burgemeester kan een gedragsvoorschrift opleggen: geen bezoek na 20 uur, vloerbedekking…. Daar is de huisvestingsverordening dus helemaal niet voor nodig.

Hoe het wel zou moeten: een ordentelijke wet
Aan de universiteit wordt met regelmaat ook gewerkt aan de opzet van nieuwe wetgeving. Onder leiding van professor S.E. Zijlstra is er samen met studenten een concept wet Toeristische verhuur opgesteld. Eén van de belangrijkste instrumenten die worden aangedragen betreffen een meldplicht en openbaar register. Daarmee is er voor iedereen inzage in wie wat verhuurt en kunnen omwonenden hun klachten via het platform meteen aan de juiste personen richten en is ook het toezicht en de handhaving stukken eenvoudiger dan nu. Dat is de koninklijke weg die gevolgd zou moeten worden.

De gemeenteraad zou de rechtstaat meer moeten beschermen en hoog houden dan men nu doet door de huisvestingsverordening als tovertruc te misbruiken voor doeleinden waarvoor hij duidelijk niet is bedoeld en die in feite zijn uitgesloten.

U kunt hier de powerpoint presentatie bekijken.