Rechtbank tikt gemeente Amsterdam op de vingers wegens opleggen hoge Airbnb-boete

AKD (Advocaten, Notarissen, Belastingadviseurs

Voor vele gemeenten is de verhuur van woningen via Airbnb een doorn in het oog, zo ook voor de gemeente Amsterdam. De gemeente probeert hier grip op te krijgen door (nog) strengere maatregelen te nemen tegen de verhuursite Airbnb. Waar Amsterdammers hun woning eerst nog zestig dagen per jaar via Airbnb mochten verhuren, is dit in 2019 teruggebracht naar dertig dagen.

Op de verhuursite van Airbnb wordt echter nog wel aangegeven dat woningen zestig dagen per jaar verhuurd mogen worden. De wethouder van Amsterdam, Laurens Ivens, is momenteel aan het onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om een boete van 12,5 miljoen euro op te leggen aan de verhuursite Airbnb.  

Het overtreden van de Huisvestingswet
In de tussentijd probeert de gemeente Amsterdam met boetes aan (ver)huurders en strenge controles de verhuur via Airbnb de kop in te drukken. Een van de mogelijkheden voor het opleggen van een boete aan (ver)huurders is wegens overtreding van de Huisvestingswet. Dit overkwam een huurder die zijn huurhuis via Airbnb regelmatig onderverhuurde aan toeristen. Aan deze huurder werd door de gemeente Amsterdam een boete van €20.500,- opgelegd, voortvloeiend uit een gefixeerd boetestelsel.

In de daarna volgende zaak oordeelde de Rechtbank Amsterdam in haar uitspraak van 8 januari 2019 dat de huurder zijn woning zou hebben onttrokken aan de woningvoorraad omdat hij zijn woning had verhuurd aan toeristen. De huurder was niet in het bezit van een onttrekkingsvergunning. In sommige gevallen is op grond van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016 verhuur aan toeristen zonder onttrekkingsvergunning voor een beperkte periode per jaar alsnog mogelijk indien aan vijf voorwaarden is voldaan. Een van die voorwaarden houdt in dat niet aan meer dan vier personen per nacht onderdak mag worden verleend.  Omdat de huurder de woning aan meer dan vier personen (namelijk zes personen) per nacht had verhuurd, was de Rechtbank van oordeel dat de huurder zijn huurwoning niet zonder onttrekkingsvergunning aan toeristen mocht verhuren. Wel vond zij de overtreding niet dusdanig ernstig dat een boete van €20.500,- gerechtvaardigd is.

Verlaging boete bij 'bijzondere omstandigheden'

Uit de Algemene wet bestuursrecht volgt dat het bestuursorgaan een lagere boete moet opleggen indien de overtreder aannemelijk maakt dat de vastgestelde bestuurlijke boete wegens bijzondere omstandigheden te hoog is. Daarbij valt te denken aan een verminderde verwijtbaarheid, een beperkte ernst van de overtreding of geringe financiële draagkracht. De Rechtbank zag aanleiding om te boete van €20.500,- te matigen naar €8.000,-. Opvallend is dat zij de boete niet matigde vanwege een bijzondere omstandigheid zoals bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht, maar vanwege de verminderde ernst van de overtreding. De Rechtbank meende immers dat de consequenties van het verhuren van de woning aan meer dan vier personen, hoewel in strijd met de voorwaarden, minder verstrekkend zijn dan de consequenties van overtreding van bijvoorbeeld het zestig dagen vereiste of het niet hebben van hoofdverblijf in de woning, hetgeen eveneens in strijd is met de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016.

De gemeente Amsterdam is gebaat bij de mogelijkheid om (hoge) bestuurlijke boetes op te leggen om daarmee de verhuur van woningen via Airbnb tegen te kunnen gaan. De uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 8 januari 2019 waarin de mogelijkheid wordt geboden om af te kunnen wijken van het gefixeerde boetestelsel (ook indien geen sprake is van een bijzondere omstandigheid) maakt dit minder snel mogelijk. Wij achten de kans dan ook aanwezig dat de gemeente hoger beroep zal instellen bij de Raad van State. 

Juridisch advies of meer informatie?

Heeft u naar aanleiding van dit blog vragen? Neem dan contact op met Kelly Gans.