Position Paper Amsterdam Gastvrij, n.a.v. concept Huisvestingsverordening 2020

Wie zijn wij? De vereniging Amsterdam Gastvrij behartigt de belangen van circa 3.200-4.500 Amsterdammers die middels een bed and breakfast een deel van hun woning tijdelijk verhuren. Wij zijn een vereniging van zeer betrokken vrijwilligers en bescheiden grootte. Een B&B houder mag maximaal 40% van de woning waar hij/zij zelf woont als B&B aanbieden. In de meeste gevallen betreft het koopwoningen en worden in deze B&B’s één tot twee kamers aangeboden. De meeste van deze woningen - zowel koop als huur - bevinden zich in het midden- tot hogere segment. B&B’s in het lage huursegment (sociale huur) zijn er niet, dat is door corporaties immers verboden. 

Achtergrond In juni 2019 is de concept Huisvestigingsverordening Amsterdam 2020 door het College van B&W vrijgegeven voor inspraak. De inspraakperiode is inmiddels voorbij en zienswijzen zijn door belanghebbenden ingediend, waaronder door Amsterdam Gastvrij (zie bijlage 1). De maatregelen zijn volgens wethouder Ivens bedoeld om: 

1. de leefbaarheid in Amsterdam te verbeteren; 2. overlast van toeristen te bestrijden; 3. woonruimte toe te voegen aan de woningvoorraad. 

Concreet komt uit voorgestelde maatregelen naar voren dat het College voornemens is om een vergunningenstelsel voor B&B’s in te voeren voor een termijn van 5 jaar, daar een quotum per wijk aan te verbinden, met een totaal maximum van 3.327, deze vergunningen niet persoon- of zaak gebonden te maken, de vergunningen te beperken tot eigenaren die er zelf ook wonen en iedereen te verplichten elke 5 jaar opnieuw mee te loten, om zo te voldoen aan de Europese Dienstenrichtlijn die eist dat de markt niet gesloten wordt voor nieuwkomers. 

Wat is het probleem? De B&B-houders, gewone Amsterdammers, zijn ontzettend geschrokken van de plannen van wethouder Ivens. De voorgenomen maatregelen kunnen voor velen van deze groep vergaande en ingrijpende gevolgen hebben in de persoonlijke levenssfeer. Het College lijkt hier met deze Huisvestigingsverordening volledig aan voorbij te gaan. B&B houders lijken nu slachtoffer te worden van de oververhitte Amsterdamse woningmarkt, onder andere veroorzaakt door grootschalige investeerders bij wie de belangen van de burger weinig tot geen rol spelen. Dit terwijl het in dit geval gaat om normale inwoners die het leuk vinden - of nodig hebben - om dit kleinschalig te doen. 

Veel van onze leden berichten dat zij niet of nauwelijks kunnen overleven zonder de inkomsten van hun B&B. Deze mensen hebben dit inkomen nodig om hun broek op te houden, om zelfvoorzienend te blijven en kunnen zonder deze inkomsten niet langer kunnen rondkomen of de hypotheek kunnen betalen. Sluiting van hun B&B betekent dat zij gedwongen zijn deze (dure) regio te verlaten, terwijl sommigen hier al hun hele leven wonen. Het gaat bij B&B-houders naast een groep ouderen, veelal om hardwerkende Amsterdammers met vaak een modaal inkomen, zoals verpleegkundigen, leraren, en technici. Mensen waar in de regio Amsterdam juist een grote behoefte aan is. Juist deze middenklasse heeft het door alle gestegen prijzen de voorbije jaren zo zwaar gekregen dat sommigen hun huis alleen nog kunnen behouden wanneer zij middels een B&B wat bij kunnen verdienen. De herziening van de erfpachtregeling, gestegen gemeentelijke belastingen, buitensporige huurprijzen en WOZ-waardes of anders wel de energietransitie zijn mede oorzaak voor de situatie waar deze burgers zich in bevinden. Wij zouden u graag uitdagen om u te verdiepen in enkele verhalen van B&B-houders die wij hebben bijgevoegd (bijlage 2). 

“Ik kan niet overleven zonder de inkomsten van mijn bed & breakfast” 

B&B’s dragen ook niet bij aan drukte of schaarste op de woningmarkt: uit onderzoek onder onze leden blijkt dat slechts 10% van de B&B-houders permanente verhuur overweegt als de B&B wordt gesloten. Het aantal potentiële woningen dat aan de woningvoorraad wordt toegevoegd is dus uiterst marginaal. Indien deze verordening in deze vorm wordt aangenomen, dan zal zij groot leed veroorzaken bij benadeelden en vrijwel niets bijdragen aan het bereiken van de gestelde doelen van het College

Belangrijkste pijnpunt van de voorstellen betreft het lotingssysteem. De totstandkoming van de vastgestelde quotum-aantallen per wijk is niet onderbouwd. Wie een B&B heeft, of er een wil beginnen, moet een vergunning aanvragen. Vervolgens wordt via loting bepaald wie er vijf jaar een B&B mag runnen. Daarna wordt opnieuw geloot. Een bizarre en wrede manier van doen, vooral voor mensen die al jaren een B&B hebben en erin hebben geïnvesteerd. Laat staan voor huurders die met toestemming van eigenaren een B&B runnen: zij mogen niet eens meeloten. De loting leidt dan ook tot grote onzekerheid bij de B&B -houders. Het is maar de vraag of gedane of toekomstige investeringen kunnen worden terugverdiend. Daarbij zou het vreemd en wrang zijn als iemand die al jaren een B&B runt na loting opeens moet plaatsmaken voor een beginner. Het zal de kwaliteit van B&B’s ook niet ten goede komen. De wethouder zegt desgevraagd “ook geen fan van een lotingssysteem te zijn, maar dat hij vooralsnog ook geen alternatief op het oog heeft”. 

“Er wordt met een kanon op een mug wordt geschoten, een mug die niet eens steekt” 

Zorgwekkend is bovendien dat het College met niet gestaafde, ondoorgrondelijke en aanvechtbare cijfers en aannames schermt, terwijl juist door het vaststellen en het gebruik van de córrecte cijfers, veel onnodig leed bij B&B-houders kan worden voorkomen. Besluiten nemen met niet gestaafde cijfers is geen fatsoenlijk bestuur, schaadt de rechtszekerheid èn de rechtsgelijkheid van inwoners. Waarom wordt niet gewacht tot het landelijke registratienummer in 2020 is ingevoerd en goed werkt? Dat geeft concreet inzicht in de relevante cijfers van zowel B&B’s als vakantieverhuur. Dan wordt zichtbaar of en zo ja, hoe groot het probleem is en of een wijziging van de huisvestingsverordening nog een bijdrage kan leveren. 

Juridische houdbaarheid Amsterdam Gastvrij is van oordeel dat er tegen deze voorgestelde maatregelen serieuze juridische, beleidsmatige en praktische bezwaren bestaan die ervoor pleiten deze maatregelen in te trekken, aan te passen of op zijn minst uit te stellen. 

Onze juridische bezwaren richten zich - kort samengevat - op de volgende drie hoofdpunten: 

1. Een huisvestingsverordening mag volgens de Huisvestingswet slechts dienen om in geval van schaarste van woningen in een bepaald segment de woningmarkt te beschermen en woningonttrekking tegen te gaan. Bij het aanwijzen van woonruimte waarop de maatregelen betrekking hebben, moet worden aangetoond dat deze maatregelen noodzakelijk en geschikt zijn voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte. Een dergelijk vergunningstelsel moet noodzakelijk zijn op grond van een dwingende reden van algemeen belang. Daarnaast moet worden aangetoond dat het nagestreefde doel met de maatregel bereikt kan worden en dat er geen minder beperkende maatregelen mogelijk zijn. Dit alles wordt door de gemeente onvoldoende feitelijk aangetoond en onderbouwd. Van proportionaliteit van voorgenomen maatregelen lijkt geenszins sprake. De wethouder is ook bij wet verplicht eerst minder ingrijpende maatregelen te onderzoeken en proberen. Dit heeft hij nog niet gedaan. 2. De gemeente beroept zich op de uitspraak van de RvS (ECLI:NL:RVS:2019:317) die zich richt op de definitie van woningonttrekking, maar dit zegt nog niets over de vraag of beperking van deze vorm van verhuur de woningvoorraad ook daadwerkelijk vergroot. Als dat immers niet het geval is, hebben de maatregelen geen invloed op de woningvoorraad en vervalt de juridische basis onder de maatregelen. 3. Gebruik van de Huisvestingsverordening ter bevordering van de leefbaarheid is expliciet verboden. 

Bovengenoemde bezwaren en impact van deze slordig vormgegeven regels, geven aanleiding tot vele en kostbare juridische procedures waarin compensatie en schadevergoeding zal worden geëist. Procedures die wij en onze leden nu al voorbereiden en met zekerheid zullen gaan voeren. In bijlage 1 ‘zienswijze’, worden deze (en andere) juridische, beleidsmatige en praktische bezwaren uitgebreid onderbouwd en toegelicht. 

Wat hebben B&B’s te bieden? Er worden nu allerlei ingrijpende maatregelen voorgesteld, terwijl de gasten van de B&B’s juist het type toeristen is die je als stad welkom wilt heten. Geen zuipende en blowende hordes, maar kleine gezinnen, stellen en ouderen. De B&B-houder is zelf ook enorm gebaat bij een goede verhouding met de buren en de buurt, en zit niet te wachten op overlast; hij/zij woont er immers zelf! Ook dient de B&B-houder s’ nachts zelf aanwezig te zijn. B&B’s dragen op allerlei positieve manieren bij aan de stad, zoals bijvoorbeeld door de spreiding van 

toeristen. Het laat normale burgers meedelen in de voordelen van toerisme en draagt bij aan een gastvrije reputatie voor de stad. In de B&B sector komen vrijwel geen problemen of misstanden voor, hetgeen voorbije jaren meermaals is herhaald door wethouder Ivens tijdens Raadsvergaderingen. Ook zijn er onder onze achterban relatief veel ouderen die een B&B runnen simpelweg vanwege de sociale contacten die dit met zich meebrengt. Een groep waarin eenzaamheid, een steeds groter wordend probleem in onze maatschappij, veel voorkomt. 

Ons verzoek Wij verzoeken het College de maatregelen gericht tegen B&B’s in te trekken en eerst nader onderzoek te doen tot een betere onderbouwing van nut, noodzaak en proportionaliteit, en de daarmee samenhangende juridische haalbaarheid. Ook zal een antwoord moeten worden gegeven op alle genoemde praktische gevolgen die evenzovele procedures en eisen tot schadevergoeding zullen oproepen. Het zou logisch en verstandig zijn wanneer het College simpelweg de invoering van het landelijke registratiesysteem in 2020 zou afwachten. 

Wij zijn met plezier bereikbaar voor vragen of het geven van nadere toelichting! 

Verenigingsbestuur Amsterdam Gastvrij 

Tim Klein Haneveld (voorzitter) Tim.klein.haneveld@amsterdamgastvrij.nl - 0610907611 

Sander Rutten Sander.rutten@amsterdamgastvrij.nl - 0637138234 

PP in een notendop/A4-versie